Goesting
Ik ken een Wim. Wim is een Belg. Daar kan hij niks aan doen. Ik heb respect voor Wim, alleen al omdát hij Belg is. Ik ken Wim sinds eergisteren na een toevallig diepgaand en zeer direct gesprek over het leven en aanverwante onderwerpen. Dat ontstond op een toevallige avond aan een toevallige bar. Ik raak altijd instant geïntrigeerd en ietwat bremstig, wanneer ik met een Belg mag reden. Belgen praten met een soort ondefinieerbare, zwoele swing in hun zinnen en lijken daarbij ieder woord zorgvuldig te kiezen. En het is niet alleen de wijze waarop, maar ook hun feitelijke woordkeuze, die maakt dat een conversatie met een Belg zoals Wim op zichzelf al plezant is. Ik had een Antwerpse kennis waar ik wel eens mee belde. Hij sprak zo beschaafd Nederlands dat ik er werkelijk geen zak van verstond. Na 10 minuten was ik kapot van het voortdurend vragen naar herhaling en bedenken wat hij daarna dan wel zei. Maar oh, wat vond ik het heerlijk om met hem te bellen. Zo ook bij Wim de Belg. Nu versta